Werkgroep Europa
Gemeentepolitici over de EU
Ian Cummings en Maarten de Groot - 2 november 2009Bijeenkomst werkgroep Europa gewest Zuid-Holland op 20 november 2009
Sprekers:
Arnout Brussaard (gemeenteraad Leidschendam-Voorburg)
Willem Minderhout (gemeenteraad Den Haag)
Pieter van der Hoeven (gemeenteraad Heemstede)
Inleiding
Met het oog op de komende verkiezingen hebben 16 leden van de werkgroep Europa van het gewest Zuid-Holland gediscussieerd over de raakvlakken tussen gemeentelijke politiek en Europese politiek. Daarbij zijn de volgende vragen besproken:
Welke rol speelt de Europese Unie in de gemeente?
De EU is een ondersteunende factor, waar gebruik van gemaakt kan worden door gemeenten, op het gebied van financiering en informatie voorziening. Daarnaast bepaalt de Unie een belangrijk aantal randvoorwaarden waarbinnen de gemeente kan opereren. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om eisen aan de luchtkwaliteit (fijn stof!) en aanbestedingsrichtlijnen gericht op het tegengaan van vriendjespolitiek, als gemeentebestuurders werkzaamheden (voor inburgering of om een weg aan te leggen) aan particuliere ondernemers opdragen. Die randvoorwaarden volgen zelden direct uit EU-richtlijnen, omdat de exacte vormgeving meestal vastgesteld is door de nationale wetgever. Daardoor speelt de discussie over die richtlijnen zelden een rol in de gemeentepolitiek.
Wat merk je van de activiteiten van de EU?
De meeste projecten die burgers zien waar de EU aan bijgedraagt betreffen infrastructuur (zoals wegenbouw) , werkgelegenheid activiteiten (leerwerktrajecten) en milieu diversificatie (natuurlijke oevers). Hoewel er ook financiële ondersteuning plaats vindt in Nederland, zijn Oost-Europese landen de grootste gebruikers van Europese ondersteuning. Binnen een gemeente is het vinden van dergelijke ondersteuning een zaak van subsidie-experts. Het levert daar zelden politieke discussie op.
Is de EU een positieve factor of een hindernis?
Het blijft een moeilijke vraag of EU-richtlijnen die uitgewerkt worden in nationale wetten en die vervolgens door de gemeentes ook nog in de praktijk gebracht moeten worden, een hinder of een ondersteuning zijn. Het spreekt voor zich dat elke gemeente zoveel mogelijk schone lucht in haar wijken wil. Maar het verplicht vóór een bepaald tijdstip behalen van de betreffende doelstellingen kan grote druk leggen op bestuurders. Druk die kan leiden tot fouten en geïrriteerde burgers. Hoe leg je uit aan weggebruikers dat klassieke auto’s niet langer welkom zijn in je stadscentrum? En dat terwijl je nog steeds alle belasting moet betalen? Wie krijgt hier de schuld van?
Met welke organisaties en richtlijnen hebben gemeentes te maken?
Het “Comité van de Regio’s”, de “open coördinatie methode”, “EuroCities” de “G4” en “Europese minima normen” zijn de belangrijkste woordcombinaties die je in een gemeentelijke wandelgang zal tegenkomen als je het over Europa hebt. Genoemde organisaties bieden een gemeentebestuur nuttige informatie over ervaringen van andere steden en oplossingen voor gezamenlijke problemen. Zo worstelden veel gemeentes met de zeer strikte richtlijnen voor de besteding van de verschillende Europese fondsen, waardoor er geen geld beschikbaar was voor omscholing van mensen die werkloos waren geworden. Dankzij de inspanning van partijgenoot Henk Kool, wethouder in den Haag en voorzitter van EuroCities, is dat gezamenlijke probleem nu opgelost.
Wat betekent de Europese Unie voor de PvdA?
Vaak wordt de EU gezien als een matroeschka organisatie, met overheidslaag na laag, totdat zelfs in Brussel niemand de weg meer kan vinden. Hoe kan een gemeente met beperkte kennis toch de juiste ondersteuning vinden die de burgers nodig hebben? Er zijn veel richtlijnen met een Europese achtergrond ,die veel invloed kunnen hebben op de handelswijze van een gemeente.
Nogal wat Nederlanders hebben het gevoel dat ze tot een klein volk behoren waar de andere volken weinig van af weten. De gemeente heeft geen zeggenschap over de regels die voornamelijk door mensen buiten hun grenzen worden vastgesteld. Moet men zich dan zo min mogelijk van die regels aantrekken? Waar zal het dan uiteindelijk eindigen? Aanbesteding op Europees niveau is niet altijd verplicht, maar wordt wel vaak nageleefd. Dat hoeft de beleidsruimte niet te beperken, mits de gemeente zijn doelstellingen op tijd helder formuleert. Kunnen we dan beter die zoeken naar de mogelijkheden die de regels bieden, en de maximale winst behalen uit samenwerking?
Een punt dat zeker naar voren zal komen in veel gemeentelijke campagnes zijn de gevolgen van de uitbreiding van de EU met landen als Polen en de gevolgen van het migratiebeleid dat op Europees niveau wordt besproken en vastgesteld. Gemeentes moeten vervolgens het beleid implementeren en de gevolgen, positief en negatief, aanvaarden. Aan de negatieve wordt natuurlijk de meeste aandacht besteed. Maar huisvestingsproblemen en criminaliteit staan tegenover culture diversiteit en vernieuwend ondernemingsgeest.
Tot slot
Een avond over Europa is zoals de gemeenschap zelf. Het verhaal is nooit klaar en er valt altijd iets nieuws te ontdekken. Meningen zijn er zeker ook in 27 verschillende versies net zoveel als er lidstaten zijn. We kunnen wel zeggen dat we het beste voor hebben met andere Europeanen en zij natuurlijk ook met ons. Maar hoezeer voelen PvdA’ers in gemeenten en PvdA’ers die op Europees niveau actief zijn zich verbonden in één partij? En zijn we als PvdA’ers nog in staat in heldere simpele taal te spreken? Kunnen we laten zien dat de technisch lijkende zaken mede bepalend zijn voor de toekomst van ons land?
De Europese Unie leeft en is op meer manieren aanwezig in gemeentes dan we zouden denken. Het is aan raadsleden en wethouders het beste hiervan te zien en te gebruiken. Het is aan o.a. de werkgroep Europa om door deze avonden de achtergronden en verschillende opvattingen over Europa te bespreken en de PvdA te ondersteunen in het vraagstuk Europa.
Ian Cummings en Maarten de Groot